Door Marije || 21 maart 2016

 

Ik heb vandaag geleerd dat 21 maart internationale Down Syndroomdag is. Best toepasselijk want ik heb vandaag kennis gemaakt met een paar vrolijke 'Downers' in een weeshuis in Yogyakarta Indonesië. Via via zijn wij hier terecht gekomen. Er werd ons verteld over dit weeshuis en gevraagd of we hier een bezoek aan wilden brengen. Dit, in combinatie met hier een paar dagen de handen uit de mouwen steken, leek ons een mooie en nuttige tijdsbesteding tijdens onze droomreis. Hetgeen we wisten was dat het een weeshuis was voor gehandicapte kinderen.

 

Met gezonde spanning zijn we gisteren dan ook richting weeshuis vertrokken. Bij aankomst werden we begroet door de directeur, een zuster en een vrijwilliger. De laatste twee hebben ons een rondleiding gegeven, en dit is iets wat ik niet snel zal vergeten. De meeste kinderen zijn namelijk niet alleen lichamelijk gehandicapt, maar ook geestelijk. En dat was bij sommige kinderen toch wel even schrikken. 

 

De jongens en meisjes hebben gescheiden leefruimtes en we kwamen als eerste bij de meisjes aan. Hier lagen een paar meisjes op een mat op de grond die allen totaal verschillend waren. De jongste was 4, zowel lichamelijk als geestelijk gehandicapt, en niet echt in staat om te communiceren behalve met een lieve glimlach af en toe. Een ouder meisje met het Down Syndroom lag haar heel lief te strelen en tegen haar te praten, totaal oostindisch doof voor het lawaai naast haar. Hier lag namelijk een 'meisje' van 21, zowel lichamelijk als geestelijk gehandicapt, non stop te jammeren. Navraag aan de zuster leerde ons dat dit niet betekent dat ze pijn heeft, maar dit gewoon doet.

 

We vragen hoe de kinderen hier terechtkomen. Sommigen zijn door hun ouders of andere familieleden gebracht, omdat ze niet voor ze kunnen zorgen. Maar een deel van de kinderen is ergens gevonden, achtergelaten.. Slik.

 

En dan door naar de jongens. In de gang zien we meteen een jongen zitten met zijn handen op zijn rug gebonden. Hij is volledig in zichzelf gekeerd en communiceren met hem is niet mogelijk. Er wordt ons verteld dat zijn armen vastgebonden worden omdat hij zichzelf anders verwond. Dit zien we o.a. aan zijn oren welke helemaal kapot zijn. Hij slaapt dus ook zo..

 

In 1 van de kamers ligt een oudere jongen, 24 jaar, alleen op een kamer en ook hij is zowel geestelijk als lichamelijk gehandicapt. Hij reageert wel op geluiden maar de vraag is wat hij meekrijgt. Ik probeer Michiel niet aan te kijken omdat de brok in mijn keel groter wordt. En dan de kamer die me diep, heel diep, geraakt heeft. Hier ligt een jongetje van amper 5 jaar, lichamelijk en geestelijk gehandicapt, helemaal alleen te zijn. Geen knuffels, geen muziekje, geen vrolijke kleuren op de muur.. Op de vraag waarom hij alleen ligt, komt niet echt een antwoord. Een verdrietig aangezicht is het wel. Ik zou hem bijna op willen tillen, terug willen lopen naar de meisjes en hem daar op de mat willen leggen zodat hij niet zo alleen is. Maar wat weet ik er nou van en ik twijfel er niet aan dat de mensen hier goed voor de kinderen zorgen en weten wat het beste voor ze is. Met tranen in mijn ogen verlaat ik de kamer. In de volgende kamer heerst meer vrolijkheid. Er staan een paar stapelbedden en in deze kamer zitten de oudere jongens met het Down Syndroom. Zij kunnen uiteindelijk het weeshuis verlaten en zelfstandig wonen. Ze leren hier voor dieren zorgen, groente en rijst verbouwen en kunnen goed tekenen wordt ons verteld. Dit stems ons weer wat blijer.

 

Al gauw blijkt dat we hier weinig kunnen doen. Voor het helpen met de kinderen hebben we niet de juiste vaardigheden. En het feit dat onze Indonesische woordenschat niet toereikend is om met ze te communiceren, helpt al helemaal niet mee. We spreken af dat we 's middags terugkomen om te helpen met schoonmaken en eventueel eten geven.

 

En dan heb je ineens tijd om hetgeen je gezien hebt te overdenken. Heftig, verdrietig, onvoorstelbaar, zijn woorden die Michiel en ik naar elkaar uitspreken. Even laten bezinken. 's Middags hebben we nog even contact met de directeur via what's app en hij geeft aan dat we met de kinderen kunnen gaan zwemmen. Echter gooit het slechte weer later die middag roet in het eten en we besluiten die dag niet meer terug te gaan maar de volgende dag terugkomen om onze handen uit de mouwen te steken. Schilderen, schoonmaken, maakt niet uit. Als het maar enigszins nuttig is. 

 

En dan komt tijdens een FaceTime gesprek met pap en mam ineens het besef hoe verdrietig het me maakt. In tranen probeer ik te vertellen wat we gezien hebben en hoe verschrikkelijk het leven moet zijn voor sommige (van deze) kinderen..

 

Vandaag zijn we teruggegaan naar het weeshuis om ons nuttig te maken. Met een kleine knoop in mijn maag stap ik achterop de scooter en rijden we erheen. Het is een schooldag, en bij het weeshuis zit een school welke ook voor gehandicapte kinderen buiten het weeshuis is. Er hangt een vrolijke stemming en de knoop in mijn maag trekt weg. We worden begroet, geknuffeld en aan het werk gezet. Michiel mag vegen met de jongens, en ik word naar de meisjes gebracht. Hier krijg ik een kommetje eten en mag ik 1 van de meisjes eten geven. Iets waar ik me niet gemakkelijk bij voel. Communiceren kan niet en eten wil ze eigenlijk niet. Ik geef het na 5 minuten op... Op de vraag wat ik verder kan doen komt niet echt antwoord. Het voelt een beetje alsof ik in de weg loop dus ik ga bij het kleine meisje zitten waar ik eerder over vertelde, en kriebel haar een tijdje op haar rug. Ik krijg nu en dan een lieve glimlach als bedankje. Omdat ik hier niks kan doen, ga ik Michiel helpen en samen vegen we gedurende bijna 2 uur de paden en het plein schoon. We zijn klaar als de school uit gaat en op de vraag wat we verder kunnen doen, krijgen we te horen dat het teacherday is en dat alle leraren, inclusief de directeur, naar het huis van 1 van de leraren gaan. We kunnen niks meer doen en voelen ons meer als ballast, dan dat we iets toevoegen hier. Wat op zich een prima teken is, want dit betekent dat ze hun zaakjes goed voor elkaar hebben.

 

Dit is dus ook meteen het einde van onze 'bijdrage' aan het weeshuis. We hadden gehoopt en gepland hier een paar dagen te blijven en te helpen, maar het loopt anders. Dit vind ik eerlijk gezegd niet heel erg. Deze ervaring heeft me geleerd en doen beseffen hoe ongelooflijk goed Michiel en ik het hebben. Dat we gezond zijn, dat we kunnen reizen, dat we bewust kunnen genieten van ons leven. Ook het respect voor mensen die met (geestelijk) gehandicapte kinderen werken, is nog groter geworden dan het al was. Helemaal voor de mama's hier in het weeshuis. Eén van de dingen die de vrijwilliger zei, is me vooral bijgebleven: de mensen in het weeshuis werken niet voor het geld, maar werken hier omdat ze een groot hart hebben.

 

En daar wil ik het graag bij laten.


Commentaren: 3
  • #3

    Truus (maandag, 21 maart 2016 23:32)

    Goed van jullie! Het zal daar veel erger zijn dan in Nederland, maar vergeet niet dat hier ook veel mensen met een beperking in erbarmelijke omstandigheden verkeren. Met name de ernstig meervoudig beperkten. Een uitdaging voor jullie? ?

  • #2

    Alida (maandag, 21 maart 2016 15:25)

    Zit dit met een dikke brok in mijn keel te lezen.
    Wat triest om te lezen.
    Geweldig dat jullie daar konden helpen.
    Dikke knuffel xx

  • #1

    Joop en Hermi (maandag, 21 maart 2016 14:35)

    Lieve schatten, ongelooflijk wat jullie hebben gedaan. Respect hiervoor. Wij krijgen af en toe een berichtje van ons Plan-kind (dochter) uit Senegal. Zij is wel gezond, maar leeft in niet al te beste omstandigheden. Onze fin. bijdrage maakt zoveel goed voor haar en haar familie en dorpsbewoners. Joop en ik worden daar al jaren blij van. Veel liefs voor jullie.